Rb. Amsterdam 18 juli 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB3934
merkenrecht, handelsnaamrecht, redelijke en evenredige gerechtskosten art. 5 en 5a Hnw, art. 2.20 BVIE, art. 1019 en 1019 h Rv Intrum Justitia Nederland BV stelt dat gedaagde, Evia Justitia BV, inbreuk maakt op haar merkenrecht alsmede op haar handelsnaam. Strijd met het merkenrecht en/of de handelsnaamwet wordt door de rechtbank echter niet aangenomen. Volgens de rechtbank is de onderscheidingskracht van de term ‘Justitia’ minmaal, zodat het gebruik van dit woord in een handelsnaam niet door Intrum kan worden gemonopoliseerd. Voorts is niet gebleken dat in het onderhavige geval bij het publiek verwarring is ontstaan of verwarring is te duchten door het gebruik van de handelsnaam ‘Evia Justitia’. Het enkele feit dat er overeenstemmende of gelijksoortige diensten worden aangeboden doet daar niet aan af, mede gelet op het feit dat de term ‘Justitia’ frequent wordt gebezigd in de incassopraktijk. Intrum wordt ingevolge artikel 1019 juncto artikel 1019h Rv veroordeelt in de redelijke en evenredige gerechtskosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl