Rb. Amsterdam 11 april 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1856
Rechtsmacht Naast de door E betwiste rechtsmacht op grond van het Insolventieverdrag kan de rechtbank door de bijzondere omstandigheden van het geval ook rechtsmacht ontlenen aan artikel 7 Rv. Immers, in de onderhavige procedure zijn naast E nog twaalf andere personen, van wie een aantal woonachtig is in een lidstaat waarin de Insolventieverordening van kracht is, een aantal echter ook woonachtig in staten waarin die verordening geen werking heeft voor de Nederlandse rechter gedaagd. Jegens alle andere gedaagden staat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter vast, hetzij omdat hij die rechtsmacht ontleent aan het Insolventieverdrag voor degenen die woonachtig zijn in een lidstaat waarin de Insolventieverordening van kracht is en die niet bestrijden dat zij bestuurder zijn (geweest) van J, hetzij omdat zij zonder betwisting van de rechtsmacht in de procedure zijn verschenen (art. 9 Rv). Tussen de vorderingen tegen de onderscheiden gedaagden in de hoofdzaak bestaat een zodanige samenhang dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Daarmee komt de Nederlandse rechter krachtens art. 7 lid 1 Rv ook ten aanzien van de vorderingen op E rechtsmacht toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 9 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 67 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 162 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 163 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 222 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 2:9 BW2
- Artikel 2:138 BW2
- Artikel 2:139 BW2
- Artikel 2:149 BW2
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 3:15i BW3
- Artikel 3:15j BW3
- Artikel 1 EEX
- Artikel 5 EEX
- Artikel 6 EEX