Rb. Amsterdam 11 juli 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9497
vervoersrecht, onrechtmatige daad, onbeperkte aansprakelijkheid stuwadoor?, derdenwerking exoneratiebeding?, bewaarneming, Himalaya clausule, opzet of bewuste roekeloosheid? 7:608 BW Bij het aan boord van een schip rijden van een tractor met boorinstallatie botst deze tegen het bovenliggende scheepsdek aan een raakt onherstelbaar beschadigd. Ladingbelanghebbende spreekt rechtsreeks de door de vervoerder ingeschakelde stuwadoor aan uit onrechtmatige daad. De stuwadoor doet een beroep op derdenwerking van zijn met de vervoerder overeengekomen exoneratiebeding. Nu de schade is ontstaan tijdens het beladen van het schip en niet tijdens de uitoefening van de bewaarneming, mist artikel 7:608 BW naar het oordeel van de rechtbank toepassing. De rechtbank neemt hier ook anderszins geen derdenwerking aan van het in de algemene voorwaarden van de stuwadoor voorkomende exoneratiebeding. Het beroep op de van de op de vervoersovereenkomst toepasselijke cognossementsvoorwaarden onderdeel uitmakende Himalaya clausule slaagt wel, zodat de stuwadoor zich op alle ten gunste van de vervoerder opgenomen bepalingen in de cognossementsvoorwaarden kan beroepen en tevens op alle rechten, aansprakelijkheidsuitsluitingen en beperkingen, verweren en immuniteiten die tussen ladingbelanghebbende en de vervoerder van toepassing zijn. De stuwadoor wordt beperkt aansprakelijk geacht voor de ontstane schade. Opzet of bewuste roekeloosheid wordt niet aangenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl