Rb. Amsterdam 12 juni 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA7959

Twee beroepen tegen het verlenen van een Monumentenvergunning door het Stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid aan de Programmadirectie het Nieuwe Rijksmuseum door de voorzieningenrechter ongegrond verklaard. In het kader van een verzoek van het dagelijks bestuur van het Stadsdeel en de Programdirectie om de opheffing van de opschortende werking van de twee beroepen heeft de voorzieningenrechter "kortgesloten'' en over beroepen beslist. Eén beroep richtte zich met name op het behoud van een Honingboom in de tuin -waarvoor een van het Rijksmuseum. De rechter heeft daaromtrent overwogen dat in het geval de tuin zal worden aangewezen als monument, die aanwijzing geen betrekking zal hebben op de individuele bescherming van een boom of struik, doch op de structuurbepalende elementen van de aanleg. Indien er toch een belangenafweging zou moeten worden gemaakt werd het belang van de ondergrondse tunnelring voor de klimaatbeheersing binnen het museum van meer belang geacht dan het belang van het behoud van de boom. Uit het andere beroep kon de rechter geen beroepsgronden distilleren zodat ook dat beroep ongegrond is verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen