Rb. Amsterdam 15 maart 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1023

Verweerder heeft geweigerd aan de Rijksgebouwendienst als aanvrager, een monumentenvergunning te verlenen voor de plaatsing van een lift in een luchtkoker van een beschermd monument. De Rijksgebouwendienst heeft geen beroep ingesteld tegen de weigering. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers, gelet op de met het Rijk gemaakte afspraken omtrent het beheer van de kunstcollectie van het pand en het gebruik van het pand als museum, als belanghebbende zijn aan te merken. Aangezien in artikel 14a Monumentenwet is bepaald dat een ieder zienswijzen kan indienen tegen het ontwerp-besluit ligt het niet voor de hand het belanghebbende-begrip bij beroep restrictief uit te leggen. Verzoekers zijn ontvankelijk in het verzoek. Verweerder heeft verwezen naar de negatieve adviezen van de welstandscommissie en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De adviezen beperken zich tot de vaststelling dat de lift inbreuk zal maken op de monumentale waarden, zonder ten aanzien van iedere afzonderlijke ingreep aan te geven welke waarden in het geding zijn en waarom van een grove inbreuk op die waarde sprake is. Aan de hand van ter zitting getoonde foto’s van de situatie voor en na de werkzaamheden vermag de rechter zonder nadere motivering niet in te zien dat sprake is van een inbreuk op monumentale waarden. Verweerder had nadere motivering van de adviezen moeten vragen. Voorts heeft verweerder niet voldoende inzichtelijk gemaakt waarom een eventuele inbreuk niet toelaatbaar is in het licht van het gebruik van het monument zoals voorgeschreven door artikel 2 van de Monumentenwet. Kortsluiting en vernietiging wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen