Rb. Amsterdam 21 november 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4468
IRK; uitlevering; genoegzaamheid der stukken; mogelijk strijd met fair trial beginsel nu sprake zou zijn van uitlokking; beslissing over eventuele weigering in verband met vermoeden van inbreuk op fundamentele rechten van opgeëiste persoon ligt in beginsel bij minister van justitie, slechts indien flagrante schending heeft plaatsgevonden of bij dreigende flagrante schending is overleveringsrechter bevoegd over toelaatbaarheid uitlevering te oordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 47 Sr
- Artikel 2 Opw
- Artikel 10 Opw
- Artikel 2 UW
- Artikel 5 UW
- Artikel 23 UW
- Artikel 47 UW
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 1 Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
- Artikel 2 Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
- Artikel 9 Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
- Artikel 11 Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
- Artikel 17 Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika