Rb. Amsterdam 24 november 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ4479

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft van eiseres ruim € 170.000,- aan verleende subsidie teruggevorderd omdat eiseres de panden voor de verbetering waarvan de subsidie was verleend, binnen tien jaar na het gereedkomen van de werkzaamheden had verkocht, en die verkoop in strijd met de subsidievoorwaarden niet terstond heeft gemeld.. Omdat eiseres de verkoop niet heeft gemeld. In dit geding is onder meer de vraag aan de orde of de terugvordering van de subsidie een “criminal charge” is in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). In afwijking van de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) is de rechtbank van oordeel dat de terugvordering van de subsidie in dit geval, gelet op de aard van de overtreding en de aard en ernst van de maatregel, dient te worden aangemerkt als een “criminal charge” in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dit oordeel is gebaseerd op de volgende overwegingen. Naast het gegeven dat de overtreding van de subsidievoorwaarde (de niet-melding van de verkoop) een equivalent heeft in het strafrecht, en de omstandigheid dat in de toepasselijke regeling is voorgeschreven dat in gevallen van een lopende subsidierelatie op een dergelijke overtreding moet worden gereageerd met het opleggen van een “boete”, en met de maatregel leedtoevoeging is beoogd, weegt voor de rechtbank zwaar dat de zwaarte van de maatregel zeer significant is. Ingeval eiseres de overdracht wel zou hebben gemeld, zou zij 20% van de toegekende subsidie hebben moeten terugbetalen. De niet-melding leidt ertoe dat zij 75% moet terugbetalen. Op de niet-melding is dus gereageerd met een herziening en terugvordering van 55% van het oorspronkelijke subsidiebedrag. De systematiek van de terugvorderingsregeling, die inhoudt dat naarmate het belang van verweerder bij melding van verkoop kleiner wordt, het percentage waartegen wordt herzien en teruggevorderd groter wordt, leidt ertoe dat in dit geval geen sprake is van evenredigheid tussen de verweten gedraging en de opgelegde sanctie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen