Rb. Amsterdam 7 juli 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AY3896

Ouders hebben een verstandelijk gehandicapte kind dat niet verbaal kan communiceren en problemen heeft met haar motoriek. Zij hebben hun kind aangemeld bij drie gewone scholen voor voortgezet onderwijs, omdat zij menen dat deze vorm van onderwijs beter is voor hun kind dan het speciaal onderwijs. De toelating is bij alle drie de scholen geweigerd. Daarbij hebben de scholen overwogen dat zij niet in staat zijn, ook niet met ondersteuning van een leerlinggebonden financiering en ondersteuning vanuit het (voortgezet) speciaal onderwijs, voldoende op de behoeften van het kind afgestemd kwalitatief goed onderwijs te bieden. Voorts moet er sprake moet zijn van een voor de leerling haalbaar niveau van het geboden onderwijs.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen