Rb. Amsterdam 23 november 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU7503
Nu partijen de Ethiopische nationaliteit hebben is ingevolge artikel 2 lid 1 jo artikel 1 lid 1 WCA op het verzoek Ethiopische recht van toepassing. Ingevolge artikel 744 en 790 van het Ethiopische Burgerlijk Wetboek (EBW) kan de man een dergelijk verzoek indienen, maar artikel 790 lid 2 EBW verbiedt de moeder het vaderschap te ontkennen. Het toepassen van het Ethiopische recht is in casu niet in strijd met artikel 8 EVRM, de rechtbank is echter van oordeel dat het Ethiopische recht, dat de bevoegdheid tot het indienen van een dergelijk verzoek uitsluitend aan de man toekent, naar Nederlands recht een zodanige ongelijkheid van de man en vrouw oplevert, dat het recht als strijdig met de Nederlandse openbare orde, buiten toepassing dient te blijven. De rechtbank heeft derhalve het Nederlandse recht toegepast op het verzoek van de vrouw.
De uitspraak op rechtspraak.nl