Rb. Amsterdam 30 augustus 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU1727

Het betreft een uitspraak inzake een geschil tussen verzoeker, aankomend student geneeskunde, en de IBG. De aanmelding van verzoeker voor plaatsing voor de studie geneeskunde was door de IBG ingetrokken, nu eerstgenoemde niet tijdig een bewijs had ingezonden dat hij voldeed of zou gaan voldoen aan de nadere vooropleidingseisen. Die nadere vooropleiding was nodig omdat verzoeker geen biologie in zijn vakkenpakket had. Verzoeker heeft dat vak in de zomner gevolgd en nog voor de loting met sucees afgerond. De plaatsingsregeling biedt studenten de mogelijkheid deficiënties weg te werken, maar de lotingsmogelijkheid staat vervolgens niet open voor hen die die deficiënties wegwerken in hetzelfde jaar als waarin zij hun opleiding op de middelbare school afronden, zoals verzoeker. Zij mogen hun tekortkomingen uiteraard wel wegwerken (zodat zij gaan voldoen aan de nadere opleidingseisen), maar kunnen dan pas meeloten in een volgend studiejaar. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat bijzondere omstandigheden in het geval van verzoeker (het behaald hebben van uitstekende studieresultaten die recht geven op rechtstreekse plaatsing en het voldaan hebben aan alle eisen voordat de loting plaatsvond) meebrengen dat de IBG van de plaatsingsregeling moet afwijken, zodat verzoeker toch zijn studie geneeskunde dit jaar kan beginnen. Voorlopige voorziening in hoger beroep afgewezen; LJN AU3378.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen