Rb. Amsterdam 27 juli 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU0589

Pandrecht / faillissementsrecht. Pandhouder van een vordering handelt niet onrechtmatig jegens de debiteur van de verpande vordering door te incasseren ook nadat de hoofdvordering is voldaan. De rechtbank laat de bank toe tot het bewijs dat de curator wist van de afspraken over de incasso van de verpande vorderingen. Als dat het geval is, is de boedel door die afspraken gebonden. Als de curator niet heeft ingestemd met die afspraak, kan een dergelijke afspraak, die zeer nadelig kan zijn voor overige belanghebbenden en die zeer afwijkt van de gebruikelijke tarieven voor (hulp bij) incasso, aan die belanghebbenden, niet zonder weer worden tegengeworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen