Rb. Amsterdam 21 mei 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AF9277

Voor de rechtbank is het zonder meer duidelijk dat een lidstaat de vrijheid heeft te bepalen dat personen die hebben opgehouden te werken in die lidstaat niet langer zijn aangesloten bij het sociaal zekerheidsstelsel, indien zij hun woonplaats niet langer in die lidstaat hebben. De vraag is echter of een lidstaat een dergelijke persoon onder de werking van zijn nationale wetgeving kan houden, maar die persoon tegelijkertijd kan uitsluiten van een (substantieel) deel van het sociaal zekerheidsstelsel op de grond dat die persoon niet langer woonplaats in de lidstaat heeft. In de Nederlandse situatie klemt die vraag des te meer omdat in feite het verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen alleen maar leidt tot het betalen van premie, terwijl er geen of nauwelijks recht op uitkering tegenover staat. Bovendien is aansluiting bij het sociaal zekerheidsstelsel van het woonland niet mogelijk, omdat artikel 13, lid 1 van Vo 1408/71 bepaalt dat er slechts één wetgeving van toepassing is en Nederland op grond van artikel 13, lid 2, onder f van Vo 1408/71 in combinatie met artikel 10ter van Vo 574/72 bevoegd is de Nederlandse wetgeving van toepassing te laten zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen