Rb. Amsterdam 7 mei 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AF8323

De verschillen tussen de individuele belangen spelen wel een rol bij de beantwoording van de vraag of de Stichting Lipstick vorderingen uit hoofde van dwaling kan instellen. Uit de aard van het bepaalde in artikel 6:228 BW vloeit immers voort dat het bij de beantwoording van de vraag of iemand bij het aangaan van een overeenkomst heeft gedwaald, om een voorstelling van zaken bij een individueel persoon moet gaan. Een collectieve vordering als die van de Stichting Lipstick laat zich daarmee moeilijk rijmen. Dit geldt temeer, nu Lipstick c.s. niet stellen dat iedere persoon wiens belangen de Stichting Lipstick stelt te behartigen, op dezelfde inlichtingen (of het ontbreken daarvan) is afgegaan. Voorts is gesteld noch gebleken dat de Stichting Lipstick zelf aandelen WOL heeft gekocht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen