Rb. Amsterdam 20 september 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AD3680
Verdachte [heeft] al gedurende een groot aantal jaren ongeveer 300 woningen in beheer. Deze huizen liggen voor een groot gedeelte in stadswijken waar de gemeente Amsterdam met de haar ten dienst staande wettelijke middelen probeert de woningschaarste te verdelen en toezicht te houden op een maatschappelijke verantwoorde verdeling van die beperkt hoeveelheid woningen. Verdachte heeft met alle haar ten dienste staande middelen geprobeerd om deze overheidstaak te frustreren en daarbij niet geschroomd om in een groot aantal gevallen valse facturen over te leggen aan de huurcommissie en een gemeentelijke dienst met geen andere bedoeling dan om daarmee voordeel te behalen voor haar vermogen en voor de door haar voor anderen beheerde onroerende goederen. Verdachte is daarmee voorbij gegaan aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid die het exploiteren van woningen die onder dat toezicht van gemeente en huurcommissie staan nu eenmaal met zich brengt. De rechtbank acht het in hoge mate verwerpelijk dat verdachte daarbij ook een pseudo-rechterlijke instantie als de Huurcommissie een rad voor ogen heeft proberen te draaien.
De uitspraak op rechtspraak.nl