Rb. Amsterdam 3 januari 2000, ECLI:NL:RBAMS:2000:AA4836
B&W bevoegd tot toepassing bestuursdwang/opleggen dwangsom in geval van overtreding van art. 2.1 Leerplichtwet 1969. Weigering aanvaarding beroep op vrijstelling op grond van art. 5.b Leerplichtwet 1969 en aanschrijving onder oplegging dwangsom tot het inschrijven van leerplichtige dochter bij een erkende dagschool voor basisonderwijs. In de MvT bij art. 125 Gemeentewet wordt tot uitdrukking gebracht dat in het kader van de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang, het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften op één lijn wordt gesteld met uitvoering van wettelijke voorschriften. Gelet hierop wordt geoordeeld dat de taak van verweerder zoals omschreven in art. 16.1 Leerplichtwet 1969 tevens omvat de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in art. 125 Gemeentewet. Verweerder is derhalve bevoegd tot toepassing van bestuursdwang c.q. oplegging van een last onder dwangsom in geval van overtreding van art. 2.1 Leerplichtwet 1969. Dat art. 22 Leerplichtwet 1969 verweerder de mogelijkheid biedt het bepaalde in art. 2.2 (lees 2.1) langs strafrechtelijke weg te doen handhaven doet daaraan niet af, nu niet is gebleken dat deze weg exclusief is bedoeld. Verzochte vrijstelling vloeit rechtstreeks voort uit art. 5.b Leerplichtwet 1969. Blijkens wetsgeschiedenis is verweerder voorts niet (anders dan is geschied) bevoegd zich een oordeel te vormen over de inhoud van richtingsbezwaren. Verweerder i.c. dan ook niet bevoegd tot dwangsomoplegging. Schorst het bestreden besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl