Rb. Almelo 15 mei 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BW6645
Afwijzing aanvraag vergunning als bedoeld in art. 2 van de Wet op de bijzondere medische verrichtingen (Wmbv) voor het verrichten van transcatheter hartklepinterventies (THI’s) in haar instelling. Het rechtsgevolg van het verlenen van een vergunning is het opheffen van een wettelijk verbod. Hetgeen bij wettelijk voorschrift is verboden wordt door het besluit tot het verlenen van een vergunning toegestaan. De beslissing om een vergunning te weigeren, heeft als rechtsgevolg dat het wettelijk verbod gehandhaafd blijft en dat het dus niet is toegestaan handelingen te verrichten die in strijd zijn met het wettelijk verbod. In het onderhavige geval gaat het om het opheffen van het verbod van art. 1, aanhef en onder e, van het Besluit aanwijzing bijzondere medische verrichtingen. Bij besluit van 7 december 2000 heeft verweerder aan eiseres een vergunning verleend voor het uitoefenen van de functies hartchirurgie en interventiecardiologie. Onder deze vergunning valt ook het verrichten van THI’s. Deze vergunning is niet ingetrokken. Het rechtsgevolg van deze vergunning is dat het verbod op het verrichten van hartchirurgie en interventiecardiologie is opgeheven en dat deze handelingen zijn toegestaan. De onderhavige weigering kan niet als besluit in de zin van art. 1:3 van de Awb worden aangemerkt omdat zij niet is gericht op rechtsgevolg en dus geen rechtshandeling behelst. Het verrichten van THI’s is al toegestaan bij besluit van 7 december 2000. Het enkele feit dat een vergunning voor het verrichten van THI’s nadien bij brief van 16 juli 2010 is geweigerd kan daarin geen verandering brengen. Het wettelijk verbod om THI’s te verrichten kan door die beslissing niet gehandhaafd blijven omdat het al eerder door het besluit van 7 december 2000 is opgeheven. De beslissing om de vergunning voor THI’s te weigeren brengt geen verandering teweeg in de situatie dat het eiseres dankzij de vergunning van 7 december 2000 is toegestaan THI’s te verrichten. Verweerder heeft daarom ten onrechte het bezwaar van eiseres ontvankelijk geacht. Het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. De Rb. zal zelf in de zaak voorzien door het bezwaar van eiseres alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl