Rb. Almelo 15 februari 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BV6453
letselschade; ongeval scooter-voetganger O. en zijn vrouw liepen in dezelfde richting als G. O. en zijn vrouw liepen naast elkaar in de richting van Borne. Zij droegen donkere kleding. De vrouw van O. duwde een kinderwagen. Ten tijde van het ongeval was het (aarde) donker. Er is ter plaatse geen straatverlichting.Van O. en zijn vrouw had mogen worden verwacht dat zij niet naast elkaar, maar achter elkaar zouden lopen en dat aan de veilige kant van het fietspad, dus aan de linkerkant van hun looprichting, zodat zij tegenliggers sneller zouden zien en achteropkomende (brom)fietsers door hen niet gehinderd zouden worden. Voorts was het dragen van enig reflectiemateriaal wenselijk geweest. Door één en ander na te laten, hebben O. en zijn vrouw in strijd gehandelde met hetgeen uit zorgvuldigheid van hen verwacht had mogen worden, weshalve zij onrechtmatig jegens G. hebben gehandeld. Er is evenwel sprake van eigen schuld aan de zijde van G., die immers rekening had dienen te houden met de aanwezigheid van voetgangers en zijn snelheid in het donker zodanig had moeten aanpassen dat hij, als een voetganger voor hem in het donker ‘opdoemde’ tijdig tot stilstand had kunnen komen. Dat leidt er vervolgens toe dat het aan O. toe te rekenen aandeel in het ontstaan van de schade wordt vastgesteld op 35%, dat van G. op 65
De uitspraak op rechtspraak.nl