Rb. Almelo 18 oktober 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BT8438

Veroordeling wegens poging zware mishandeling, poging doodslag en verkrachting. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten. Hij was 19 jaar oud ten tijde van deze feiten. Hij heeft in februari 2010 het slachtoffer A in haar eigen huis verkracht en heeft hierbij fysiek en verbaal geweld gebruikt. Hij heeft hiermee het slachtoffer angst aangejaagd en pijn toegebracht. Verdachte heeft de aanmerkelijke kans aanvaard om het slachtoffer B zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door haar met een hard voorwerp te raken. In de psychologische en psychiatrische rapportage wordt geadviseerd om aan verdachte een TBS-maatregel met dwangverpleging op te leggen. De officier van justitie volgt dit advies en eist voorts een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op van drie en een half jaar met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Gelet op de ernst van de feiten en de absolute behandelnoodzaak van verdachte, acht de rechtbank een TBS-maatregel met dwangverpleging noodzakelijk. De rechtbank is van oordeel dat de feiten aan verdachte in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend. Ook stelt de rechtbank vast dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Ten aanzien van de gevangenisstraf overweegt de rechtbank dat zij de eis van de officier van justitie om aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar op te leggen, in beginsel reëel acht. Echter gelet op de behandelnoodzaak van verdachte en de voornoemde strafverminderende omstandigheden, als ook met het oog op de wenselijk geachte kans op succesvolle TBS-behandeling, is de rechtbank van oordeel dat met een gevangenisstraf voor de duur van drie en een half jaar dient te worden volstaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen