Rb. Almelo 30 maart 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BQ0631
Naar het oordeel van de rechtbank kan de groep van gedeeltelijk arbeidsgeschikten niet worden vergeleken met de groep van arbeidsgeschikten. Dit betekent dat geen sprake is van ongeoorloofd onderscheid in de zin van artikel 4, aanhef en onderdeel e, van de WGBH/CZ doordat de eerstgenoemde groep niet en laatstgenoemde groep wel in aanmerking komt voor een aansluitende uitkering op grond van het BBWO. Verder is de rechtbank van oordeel dat geen inbreuk is gepleegd op eiseres’ eigendomsrecht, aangezien een voorwaardelijke aanspraak (herleving), omdat niet aan de voorwaarden is voldaan, niet kan worden beschouwd als een “possession”.
De uitspraak op rechtspraak.nl