Rb. Almelo 12 juli 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BN1036
Ontheffing als bedoeld in artikel 3.23 Wro en reguliere bouwvergunning voor het uitbreiden van een bijeenkomstgebouw. Zienswijze is 1 dag te laat ingediend. Termijnoverschrijding kan verzoekster redelijkerwijs niet worden verweten vanwege foutieve voorlichting door een ambtenaar. Deze casus is niet vergelijkbaar met de casus die ten grondslag lag aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 april 2000, LJN AA5799. De reden daarvoor is dat verzoekster geloofwaardig heeft betoogd waarom zij tot de (gestelde) allerlaatste dag van de zienswijzen termijn heeft gewacht. Bouwplan is in overeenstemming met verweerders beleidsregels inzake aanwending van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.23 Wro. De genoemde aantasting van uitzicht en privacy moeten worden geacht te zijn verdisconteerd in deze beleidsregels.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 46 Wonw
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 3:16 Awb
- Artikel 4:84 Awb
- Artikel 6:9 Awb
- Artikel 6:11 Awb
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 8:83 Awb
- Artikel 8:86 Awb
- Artikel 3.23 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.24 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 4.1.1 Besluit ruimtelijke ordening