Rb. Almelo 4 maart 2009, ECLI:NL:RBALM:2009:BH5045
Wet maatschappelijke ondersteuning, huishoudelijke hulp (HH1 en HH2), persoonsgebonden budget. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft voldaan aan de in artikel 4 van de Wmo neergelegde compensatieverplichting. Doordat verweerder bij de berekening van het persoonsgebonden budget uitgaat van het gemiddelde van de klasse waarin de belanghebbende is ingedeeld, heeft dit tot gevolg dat, indien de daadwerkelijke behoefte aan huishoudelijke verzorging zich boven het gemiddelde van de betreffende klasse bevindt, het persoonsgebonden budget in beginsel niet toereikend zal zijn om de noodzakelijke huishoudelijke verzorging in te kopen. Ook heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt dat met de door hem gehanteerde tarieven voor HH1 (en HH2) en daarop gebaseerde aftrek van 20% wegens het ontbreken van overheadkosten, op afdoende wijze is voldaan aan de in artikel 4 van de Wmo neergelegde compensatieverplichting.
De uitspraak op rechtspraak.nl