Rb. Almelo 22 februari 2007, ECLI:NL:RBALM:2007:BA0193
Huurder van bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7: 230a BW beroept zich op voorkeursrecht/aanbiedingsplicht tot koop dat is opgenomen in het huurcontract. Verhuurster schendt deze clausule en verkoopt de bedrijfsruimte aan haar directeur en enig aandeelhouder voor een prijs die de huuder wilde betalen. In een eerder gewezen kort geding wordt de vordering van de huurder, erop neerkomend dat de directeur het gehuurde op zijn beurt moet verkopen en leveren voor vorenbedoelde prijs, afgewezen. Huurder gaat in hoger beroep. Nieuwe verhuurder zegt de huurovereenkomst op. Huurder laat na verlenging te verzoeken van de opzeggingstermijn. Verhuurder vordert, nadat opzegtermijn is verstreken, ontruiming. Het Hof heeft nog niet beslist en mede daarom wordt in deze zaak beslist dat huurder weliswaar moet ontruimen maar dat zal eerst behoeven plaats te vinden op een termijn van vier maanden. Achtergrond: Hof kan op zijn beurt beoordelen of de nieuwe verhuurder gebonden is aan het voorkeursrecht tot koop.
De uitspraak op rechtspraak.nl