Rb. Almelo 28 december 2005, ECLI:NL:RBALM:2005:AU9917
Een fonds voor gemene rekening dient in casu privaatrechtelijk gelijkgesteld te worden met een maatschap in de zin van artikel 7A:1655 BW. Door het toetreden van participanten tot het beleggingsfonds -door storting van gelden daarin tegen afgifte van participatiebewijzen en aanvaarding van deelnemingsvoorwaarden door iedere participant afzonderlijk- komt tussen hen een overeenkomst tot stand, waarbij twee of meer personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen met het oogmerk om het daaruit ontstane voordeel met elkaar te delen. Niet vereist is dat de participanten zich rechtstreeks tot elkaar richten, doch voldoende is dat zij afzonderlijk hun wil tot deelneming in het gezamenlijk kapitaal kenbaar maken door het nemen van een participatie. Rechtsgeldige cessie aan een fonds voor gemene rekening.