Rb. Almelo 4 november 2005, ECLI:NL:RBALM:2005:AU5568
De luchtballon van verdachte is verongelukt en verdachte en een passagier zijn daarbij uit de mand geraakt. Nadat de luchtballon weer was opgestegen met de drie resterende passagiers is de ballon tenslotte andermaal ter aarde gekomen. Een van de passagiers was zwaar gewond geraakt. Verdachte wordt veroordeeld vanwege zijn schuld aan het verongelukken van het luchtvaartuig, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten was, vanwege zijn schuld aan het zwaar lichamelijk letsel van een van de inzittenden en vanwege het overtreden van artikel 3.8 van de Wet Luchtvaart doordat het luchtvaartuig door het te hoge startgewicht niet luchtwaardig was. Hij wordt vrijgesproken van het overtreden van artikel 8 Regeling vluchtuitvoering ballonnen omdat de rechtbank niet bewezen acht dat de Cameron Z-105 een inhoud van 105.000 kubieke voet heeft. Straf: 2500 euro geldboete en voorwaardelijke ontzegging van de bevoegheid om werkzaamheden te verrichten als lid van het boordpersoneel. De vordering van de benadeelde partij is niet ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl