Rb. Almelo 17 april 2001, ECLI:NL:RBALM:2001:AB1712
Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die via de werkgever worden uitbetaald, behoren tot de premieplichtige loonsom van de werkgever. Verweerder heeft eiseres over het premiejaar 1998 een korting en vrijstelling van WAO-basispremie verleend ad fl. 10.612,-. Verweerder heeft bij toepassing van de vrijstellings- en kortingsregeling ex art. 77b.1 t/m 4 WAO slechts de vrijstelling van de basispremie berekend over hetgeen de arbeidsgehandicapte werknemer als tegenprestatie van de door hem verrichte arbeid van eiseres uitbetaald heeft gekregen, en niet ook over de WAO-uitkering die via eiseres is uitbetaald aan de arbeidsgehandicapte werknemer. De rechtbank is van oordeel dat onder de begrippen loon en premieplichtige loonsom, genoemd in art. 77b, eerste tot en met derde lid, van de WAO, tevens begrepen dient te worden de arbeidsongeschiktheidsuitkering die de arbeidsgehandicapte werknemer via de werkgever uitbetaald krijgt. De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om in art. 77b van de WAO uit te gaan van een ander loonbegrip dan elders in de WAO, op grond van de bepalingen van de WAO in combinatie met het hierover in de CSV bepaalde, het geval is. Ook de omstandigheid dat, zoals door verweerder gesteld, de werkgever de premielast niet draagt voor de aldus via de werkgever betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering, acht de rechtbank daartoe niet voldoende. In dit verband heeft de rechtbank eveneens niet zonder belang geacht dat in het Besluit premiedifferentie WAO, een besluit van 19 juli 1997, Stb. 1997, 338, expliciet is bepaald dat de via de werkgever betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering buiten aanmerking gelaten dient te worden bij de berekening van het premieplichtige loon. Indien het niet de bedoeling van de wetgever is geweest dat het loon en het premieplichtige loon in art. 77b, eerste tot en met derde lid, WAO mede omvat de via de werkgever aan de arbeidsgehandicapte werknemers betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering, zal de wetgever bedoelde uitkeringen dienen uit te zonderen in art. 77b WAO op een overeenkomstige wijze als dat is gebeurd in het Besluit premiedifferentiatie WAO. De rechtbank acht in dezen voor haar geen taak weggelegd aangezien in de WAO, in combinatie met hetgeen hiervoor in de CSV is bepaald, het loonbegrip en daarmee de premieplichtige loonsom expliciet is gedefinieerd. Beroep gegrond; verweerder dient nieuw besluit te nemen. Lisv, verweerder. mrs. A.M.S. Kuipers, J.H. Keuzenkamp, H.G. Rottier
De uitspraak op rechtspraak.nl