Rb. Almelo 30 maart 2001, ECLI:NL:RBALM:2001:AB1439

Geen aanspraak op wettelijke rente over de werkgeverspremie op grond van de Ziekenfondswet. Geschil betreft de omvang van de schadevergoeding in verband met nabetaling WAO-uitkering. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder gehouden is de wettelijke rente te vergoeden over de werkgeversbijdrage voor de premie voor de Ziekenfondswet (Zfw). Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat deze bijdrage geen onderdeel uitmaakt van de nabetaling aan de werknemer. Ingevolge art. 15, derde lid Zfw is de werkgever gehouden zowel de door de verzekerde als de door hem zelf verschuldigde premie te betalen aan het Lisv (als rechtsopvolger van de bedrijfsvereniging). Ingevolge art. 15, vijfde lid Zfw stort het Lisv de ontvangen bijdragen in de Algemene Kas. Uit deze voorschriften leidt de rechtbank af dat, ook in geval van een nabetaling als de onderhavige, aan de werknemer niet de werkgeversbijdrage voor de premie toekomt. Van een eventuele schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente over dat bedrag kan dan ook geen sprake zijn. De rechtbank sluit niet uit dat er wel degelijk schade is geleden, nu eiser als zelfstandige werkzaam is geweest en achteraf is vastgesteld dat hij als ziekenfondsverzekerde aangemerkt diende te worden, zodat eiser wellicht ten onrechte premie voor de particuliere ziektekostenverzekering heeft moeten betalen. De vordering over die schade, zo daar al sprake van is, is hier echter niet aan de orde. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. mrs. H.G. Rottier, J.H. Keuzenkamp, A.M.S. Kuipers

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen