Rb. Almelo 22 maart 2000, ECLI:NL:RBALM:2000:AA5663
I.c. dringende redenen om af te zien van terugvordering toeslag AOW, aangezien verweerder tijdig op de hoogte was van alle feiten en omstandigheden, doch heeft verzuimd adequaat te reageren. Bruto-terugvordering ad f 7.960,91 wegens onverschuldigd betaalde AOW-toeslag en vakantie-uitkering. Rb.: De Rb. is van oordeel dat zich i.c. dringende redenen voordoen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Hoewel verweerder tijdig op de hoogte was van alle feiten en omstandigheden om eisers uitkeringsaanspraken op juiste wijze vast te kunnen stellen heeft hij verzuimd adequaat te reageren op deze informatie. Van adequaat handelen door verweerder n.a.v. de door eiser bij herhaling verstrekte - juiste en volledige - informatie omtrent de inkomsten van zijn echtgenote is i.c. geen sprake geweest. Voorts is de Rb., anders dan verweerder, van oordeel dat verzekerden slechts dan beschikkingen dienen te controleren op rechtmatigheid en bij constatering van onjuistheden dienen te melden, voorzover sprake is van fouten welke als zodanig kenbaar zijn voor de verzekerde. I.c. kon eiser deze fouten niet onderkennen. Tevens is de Rb. van mening dat de voorlichtingsbrochure niet uitblinkt in duidelijkheid en volledigheid omtrent de uitleg van de begrippen "inkomen uit arbeid" en "inkomen in verband met arbeid". De Rb. is van oordeel dat verweerder door diens fouten eenzijdig af te wentelen op eiser, in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel, welke beginselen blijkens de wetsgeschiedenis mede invulling geven aan het begrip dringende reden. De Rb. meent dat verweerder om voormelde redenen gebruik had moeten maken van zijn bevoegdheid om geheel of gedeeltelijk af te zien van herziening met terugwerkende kracht. Beroep gegrond. De Sociale Verzekeringsbank, verweerder. mr. A.E.M. Effting-Zeguers
De uitspraak op rechtspraak.nl