Rb. Alkmaar 1 november 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BY2656

De rechtbank heeft beoordeeld of verweerder de huurtoeslag voor 2009 terecht op nihil heeft gesteld en de huurtoeslag voor 2010 terecht heeft vastgesteld op een lager bedrag dan bij wijze van voorschot was toegekend, omdat de zoons van eiseres op het toeslagadres stonden ingeschreven en hun inkomen bij het toetsingsinkomen werd meegenomen. Met verwijzing naar de toelichting op de uitvoeringsregeling Awir en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komt de rechtbank tot het oordeel dat eiseres zich tot de beheerder van de basisadministratie moet wenden om een aantekening van onjuistheid geplaatst te krijgen in de GBA. Zonder die aantekening mocht verweerder van de inschrijving van de zoons van eiseres op haar adres uitgaan. Omdat de vraag of sprake is van een onjuiste inschrijving in onderhavige procedure niet aan de orde kan komen, komt de rechtbank ook niet toe aan beoordeling van artikel 9, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen