Rb. Alkmaar 31 mei 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BX5145
Registratie van een eendenkooi op grond van de Flora- en faunawet (Ffw). Procesbelang. De verboden als bedoeld in artikel 53, eerste lid en onder q, en artikel 59, tweede lid, van de Ffw beperken zich tot de afpalingskring van geregistreerde eendenkooien. De eventuele beëindiging van de registratie van de eendenkooi brengt met zich dat de eendenkooi niet langer als jachtmiddel mag worden gebruikt en dat de voornoemde verboden niet langer gelden. Indien de eendenkooi zijn registratie zou verliezen, gaat daarmee het zogeheten afpalingsrecht echter niet teniet. De rechtbank is van oordeel dat eiseres, wier perceel is gelegen binnen de afpalingskring, belang heeft bij de beëindiging van de registratie van de eendenkooi en daarmee bij een inhoudelijke beoordeling van haar bezwaar gericht tegen het registratiebesluit. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de verboden ingevolge de Ffw, naast het afpalingsrecht, zelfstandige betekenis hebben. De verboden zijn, met andere woorden, op basis van het publiekrecht, en daarmee buiten het civiele recht om, te handhaven en te effectueren, hetgeen gevolgen kan hebben voor eiseres. Aan de verboden komt evenwel geen zelfstandige (publiekrechtelijke) betekenis ingevolge de Ffw meer toe, indien, zoals eiseres wenst, de registratie van de eendenkooi zou worden beëindigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl