Rb. Alkmaar 7 juni 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BW8397
Anders dan eiseres heeft betoogd kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gesteld dat in de hier in geding zijnde periode ten aanzien van betrokkene sprake was van een GDBM-situatie. Daartoe acht de rechtbank in de eerste plaats van belang dat de bedrijfsarts in een rapportage van 11 september 2009 heeft vermeld dat er vanaf de eerste ziektedag van betrokkene sprake is van herstel en dat het verrichten van werkzaamheden voor drie keer drie uur per week op dat moment tot de mogelijkheden van betrokkene behoorde. De door de bedrijfsarts voorgestelde time-out tot 28 september 2009 betekent naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat eiseres op dat moment tijdelijk heeft kunnen en mogen afzien van re-integratie-inspanningen. De time-out werd kennelijk nodig geacht als gevolg van een tussen eiseres en betrokkene gerezen arbeidsconflict, doch ook dan blijft het de verantwoordelijkheid van eiseres om te blijven zoeken naar een adequate oplossing, bijvoorbeeld door het in gang zetten van mediation of van een re-integratie-traject bij een andere werkgever. Daarvan is in het geheel niet gebleken. Dat betrokkene naar eigen zeggen na afloop van de time-out een terugval heeft gehad en dat verder herstel is uitgebleven, leidt de rechtbank tot een ander oordeel aangezien uit de stukken immers valt op te maken dat ook deze terugval en het uitblijven van verder herstel voortkwamen uit voornoemd conflict. Ook hiervoor geldt mitsdien dat niet valt in te zien dat een en ander een voldoende deugdelijke grond is geweest om kansen op mediation of re-integratie in het tweede spoor in het geheel onbenut te laten. Aan het advies van de bedrijfsarts van 29 januari 2010 kan de rechtbank daarom niet dat gewicht toekennen dat eiseres daaraan gehecht wenst te zien. Weliswaar heeft de bedrijfsarts in zijn rapportage aangegeven dat eiseres nog niet arbeidsgeschikt was, doch uit de overige beschikbare informatie leidt de rechtbank met verweerder af - de rechtbank verwijst naar de nadere reactie van de verzekeringsarts van 12 december 2011 - dat een en ander moet worden gezien in het licht van het arbeidsconflict met eiseres. De omstandigheid dat tussen eiseres en betrokkene was overeengekomen om de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2010 te ontbinden is naar het oordeel van de rechtbank evenmin een gegronde reden om af te zien van re-integratie. Eventuele tegenvallende bedrijfsresultaten in de hier in geding zijnde periode maakt dat niet anders. Voor zover deze de re-integratie-inspanningen in de weg zouden hebben gestaan, dan had eiseres de mogelijkheid om verweerder te verzoeken te participeren in de keuze van het in te zetten re-integratietraject. Vast staat dat eiseres hiervan geen gebruik heeft gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank dient dit voor rekening en risico van eiseres te blijven. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder terecht de verhaalsanctie van € 12.284,10 heeft gehandhaafd vanwege het zonder deugdelijke grond afzien van het verrichten van re-integratie-inspanningen in het tweede spoor. Het beroep dient daarom ongegrond te worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl