Rb. Alkmaar 28 april 2011, ECLI:NL:RBALK:2011:BQ9447

Van een causaal verband tussen de eiser gestelde schade en het onrechtmatige handhavingsbesluit van 17 oktober 2002 is geen sprake. Besluit kan in zoverre stand houden. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit ten onrechte op het standpunt gesteld dat van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM geen sprake was. Het beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en oordeelt dat de overschrijding voor rekening komt van verweerder. Vergoeding griffierecht en veroordeling van verweerder in de proceskosten, waaronder ook kosten in bezwaar. Daarnaast onder afwijking van het forfaitair stelsel veroordeling van verweerder in een redelijk bedrag aan advocaatkosten die door eiser zijn gemaakt als gevolg van het tegen beter weten in niet erkennen van de onrechtmatigheid van het handhavingsbesluit van 17 oktober 2002.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen