Rb. Alkmaar 13 januari 2011, ECLI:NL:RBALK:2011:BP3463
De door twee high-care-hospices aangevraagde instellingssubsidies voor het jaar 2008 ingevolge de Regeling palliatieve terminale zorg zijn afgewezen op grond van artikel 3 van de Regeling, aangezien de hospices beide deel uitmaken van of gelieerd zijn aan een organisatorisch verband met een toelating als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen. Door de hospices is gesteld dat de hardheidsclausule had moeten worden toegepast wat betreft de huisvestingskosten en de coördinatiekosten van vrijwilligers. De rechtbank heeft overwogen dat wat betreft de coördinatiekosten van vrijwilligers geen sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid. Ten aanzien van de huisvestingskosten heeft de rechtbank overwogen dat niet betwist is dat deze twee hospices door de invoering van de Regeling financieel aanzienlijk slechter af zijn dan hospices die als onderaannemers functioneren en die wel een subsidie voor huisvestingskosten op basis van de Regeling ontvangen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom er geen aanleiding is om de onderhavige gevallen de hardheidsclausule toe te passen.
De uitspraak op rechtspraak.nl