Rb. Alkmaar 15 mei 2009, ECLI:NL:RBALK:2009:BI8571

Wettelijk verplichte ambtshalve herbeoordeling per 22 februari 2007 van personen die na 1 juli 1954, maar voor 2 juli 1959 zijn geboren (ex artikel 35, zesde lid, van de Waz). Uitlooptermijn. […] Verweerder was ten tijde van de start van het oSB heronderzoek en het nemen van het primaire besluit […] op grond van artikel 35, zesde lid, van de Waz verplicht een ambtshalve beoordeling te doen. Eiseres was op 22 februari 2007 feitelijk niet ingedeeld in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse. Verweerder is aldus terecht een herbeoordeling gestart. Ook al is eiseres achteraf bezien bij besluit van […] per 22 februari 2007 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt beschouwd en was zij daarmee uitgezonderd geweest van de herbeoordelingsoperatie, dan neemt dit niet weg dat ook dan, indien daarvoor aanleiding is, een herbeoordeling plaats kon vinden op basis van de voor haar geldende criteria. De rechtbank ziet geen redenen waarom verweerder daartoe niet bevoegd zou zijn. In – het ook per 22 februari 2007 nog onverkort van toepassing zijnde – artikel 41 van de Waz is immers de bevoegdheid van verweerder neergelegd om – kort gezegd – zo vaak hij dat nodig oordeelt degene die in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op te roepen in verband met de aanspraak of het genot van die uitkering. Nu niet gesteld of gebleken is dat verweerder zijn bevoegdheid om eiseres op te roepen heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven, namelijk voor het beoordelen van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering en het nemen van een besluit ter zake dat recht, ziet de rechtbank niet in dat het aan verweerder niet vrij stond de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 22 februari 2007 te beoordelen, althans de reeds gestarte beoordeling af te ronden. De rechtbank heeft voor deze conclusie aanknopingspunten gevonden in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 4 februari 2009 (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJ-Nummer BH2445). […] Daarbij merkt de rechtbank op dat, voor zover verweerder in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar zijn standpunt handhaaft dat de uitkering van eiseres moet worden herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, wel conform de ter zake geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie de herziening moet plaatsvinden per toekomstige datum na aanzegging van de geduide functies en met inachtneming van een uitlooptermijn. […]

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen