Rb. Alkmaar 29 mei 2008, ECLI:NL:RBALK:2008:BD3894

Sinds 1 juni 2001 komt op grond van het bepaalde in artikel 1:173 lid 1 BW een scheiding van tafel en bed tot stand door inschrijving van de beschikking in het huwelijksgoederenregister. Lid 3 van artikel 1:173 BW bepaalt dat indien het verzoek om inschrijving niet is gedaan uiterlijk zes maanden na de dag waarop de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, de beschikking haar kracht verliest. Deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juli 2002 de scheiding van tafel en bed uitgesproken. Gebleken is dat de beschikking van 4 juli 2002 op 15 april 2008 onder nummer 08.399 is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister ter griffie van de rechtbank Amsterdam. Blijkens de verklaring van de griffier van deze rechtbank van 17 juli 2002 (waaruit blijkt dat verzoekers berusten in de beschikking waarbij de scheiding van tafel en bed is uitgesproken) is de termijn van zes maanden ingegaan op 17 juli 2002, zodat inschrijving niet binnen zes maanden heeft plaatsgevonden. De beschikking houdende scheiding van tafel en bed heeft daarmee haar kracht verloren. De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen