Rb. Alkmaar 3 maart 2008, ECLI:NL:RBALK:2008:BC9230
Het perceel heeft echter een bebouwingsvlak van slechts 5 m breed. Dit betekent dat het niet mogelijk is om met inachtneming van het planvoorschrift, met name de voorgeschreven breedte van een woning van minimaal 6.00 m, op het perceel een woning te realiseren. De rechtbank acht het onder verwijzing naar de uitspraak van de toenmalige Afdeling rechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 21 mei 1982 (gepubliceerd onder LJN: AM6603) niet aanvaardbaar dat deze innerlijke tegenstrijdigheid van het bestemmingsplan tot de conclusie zou leiden dat het bestemmingsplan geen ruimte laat voor het oprichten van enige bebouwing op dit perceel, terwijl op de plankaart uitdrukkelijk door middel van een bebouwingsvlak een bouwmogelijkheid is aangegeven. Uit het voorgaande volgt dat het bouwplan op zichzelf in strijd is met het bestemmingsplan. Het ligt echter naar het oordeel van de rechtbank op de weg van verweerder om door middel van het verlenen van een binnenplanse vrijstelling of een vrijstelling op grond van artikel 19 van de WRO de bouw van een woning op dit perceel mogelijk te maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 11 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 15 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 17 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 28 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 46 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 44 Wonw
- Artikel 6:20 Awb
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 8:66 Awb
- Artikel 8:75 Awb