Rb. Alkmaar 4 juni 2007, ECLI:NL:RBALK:2007:BB0712
De rechtbank verstaat deze door de Algemene Inspectiedienst c.q. Openbaar Ministerie gehanteerde onderverdeling van in de RAD vastgelegde criteria en de daaraan verbonden -onderling verschillende- gevolgen aldus, dat voor beoordeling van de vraag of “in belangrijke mate” is voldaan aan genoemde criteria niet wordt bedoeld dat voor het merendeel aan die criteria moet zijn voldaan. Bezien moet worden welke specifieke karakteristieken de hond al dan niet heeft en welke waarde die karakteristieken ieder voor zich hebben. Bij [B] is een schofthoogte van 54 respectievelijk 56 centimeter, hangende oren en geen taps toelopende, dunne staart waargenomen. Zo hij volgens de handleiding al niet bij een eerste schifting direct had kunnen worden uitgesloten als zijnde een pitbull-terriër-type, is in ieder geval niet voldaan aan meerdere karakteristieken uit categorie c) van de handleiding. Dit maakt dat sprake is van een twijfelgeval als daar bedoeld, in welk geval [B] de voorkeur van de twijfel dient te krijgen. De rechtbank is van oordeel dat [B], gelet op het hiervoor overwogene, niet in belangrijke mate voldoet aan de criteria c.q. karakteristieken zoals opgesomd en toegelicht in de RAD en toegepast volgens de daarvoor gehanteerde handleiding. Dit leidt tot het oordeel dat het beslag onrechtmatig is. Het klaagschrift zal daarom gegrond worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl