Rb. Alkmaar 19 juni 2006, ECLI:NL:RBALK:2006:AX9675
In de toelichting bij de RSf 2000 is vermeld dat de basis voor artikel 4.10 artikel 3.27, vijfde lid, van de Wsf 2000 is. Dat artikellid geeft echter alleen de bevoegdheid om bij ministeriële regeling regels te geven over vrijstelling van de dwingende inleverplicht in het eerste lid van artikel 3.27 van de Wsf 2000 indien na diefstal of verlies van de OV-kaart geen duplicaat is verstrekt. Het bepaalde in het derde lid van artikel 4.10 van de Rsf 2000 geeft echter een vrijstelling van die dwingende inleverplicht voor andere gevallen dan waarin na diefstal of verlies geen duplicaat is verstrekt. De rechtbank moet dan ook concluderen dat artikel 4.10, derde lid, van de Rsf 2000 onverbindend is.
De uitspraak op rechtspraak.nl