Rb. Alkmaar 22 maart 2006, ECLI:NL:RBALK:2006:AX4060
Eiseres stelt dat de Ontvanger en het College van B&W onrechtmatig hebben gehandeld door haar geen kwijtschelding te verlenen van de door haar verschuldigde gemeentelijke belasting. Tegen een beschikking van de Ontvanger kan geen beroep worden ingesteld in de zin van art. 26 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, terwijl het instellen van administratief beroep bij het College van B&W niet als een met voldoende waarborgen omklede rechtsingang kan gelden. De burgerlijke rechter is derhalve bevoegd van de vordering kennis te nemen. De kantonrechter verklaart eiseres niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover deze zich richt tegen de Ontvanger, omdat de beschikking van de Ontvanger in beroep volledig is getoetst door het College van B&W en daarmee de beschikking van het College van B&W in de plaats van die van de Ontvanger is gekomen. De vordering jegens het College van B&W is toewijsbaar omdat zij niet gedupliceerd, zodat de kantonrechter er vanuit gaat dat het College van B&W haar verweer niet langer wenst te handhaven.
De uitspraak op rechtspraak.nl