Rb. Alkmaar 30 november 2005, ECLI:NL:RBALK:2005:AU7524

De man verzoekt vermindering van partneralimentatie op grond van artikel 1:401 lid 1 BW (wijziging van omstandigheden). De vrouw stelt op grond van de inhoud van het destijds door partijen opgemaakte echtscheidingsconvenant dat artikel 1:159 lid 3 BW analoog toegepast dient te worden. De man is van mening dat het door de vrouw aangehaalde artikel 1:159 lid 3 BW slechts van toepassing zou kunnen zijn indien hij als grond voor het verzoek had aangevoerd: grove miskenning van de wettelijke maatstaven (artikel 1:401 lid 5 BW). De rechtbank is van oordeel dat, nu de door de man aangevoerde wijzigingsgrond tussen partijen niet expliciet is uitgesloten, er voor analoge toepassing van artikel 1:159 lid 3 BW geen plaats is. Voorts wordt de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek om de man te veroordelen tot betaling van de incassokosten. Het door de vrouw voor dit verzoek aangehaalde artikel 9 van het convenant spreekt van een vordering tot nakoming al dan niet met schadevergoeding. Een dergelijke vordering kan niet bij verzoekschrift worden gedaan, terwijl voor verwijzing op grond van artikel 69 Rv in deze zaak geen plaats is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen