Rb. Alkmaar 6 april 2005, ECLI:NL:RBALK:2005:AT8837
Een schuin overstekende hoogbejaarde voetganger wordt op een kruising aangereden door een auto. Tengevolge van dit ongeval is de voetganger opgenomen in een ziekenhuis met een dubbele beenbreuk. Hierna heeft zij enige tijd in een herstellingsoord moeten verblijven. Volgens de voetganger en de ziektenkostenverzekeraar zijn de automobilist en diens WAM-verzekeraar ingevolge artikel 185 van de Wegenverkeerswet aansprakelijk voor alle ten gevolge van het ongeval ontstane schade. Ten aanzien van de door de voetganger gevorderde schade oordeelt de rechtbank dat de zogenaamde 50%-regel van toepassing is, zodat ten minste de helft van de door de voetganger geleden schade voor rekening van gedaagden dient te komen. Ten aanzien van de andere helft van de schade is de rechtbank van oordeel dat het rijgedrag van de automobilist voor 75% en de gedragingen van de voetganger voor 25% hebben bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Na toepassing van de billijkheidscorrectie is de rechtbank van oordeel dat gedaagden volledig aansprakelijk moeten worden gehouden voor de door de voetganger geleden schade. Ten aanzien van de door de ziektekostenverzekeraar ziet de rechtbank geen aanleiding voor toepassing van de billijkheidscorrectie, zodat gedaagden gehouden zijn 75% van de door de verzekeraar geleden schade te vergoeden.
De uitspraak op rechtspraak.nl