Rb. Alkmaar 15 augustus 2002, ECLI:NL:RBALK:2002:AE6671
Leeftijdscriterium in vakantieregeling (ex art. 9.3 Abw) in casu in strijd met discriminatieverbod. Verweerder heeft bij besluit van 14 juni 2002 verzoeker op grond van diens arbeidsongeschiktheid geen arbeidsverplichtingen als bedoeld in. art. 113.1 Abw opgelegd. Naar aanleiding van verzoekers aanvraag om toestemming met behoud van uitkering gedurende 21 juli 2002 tot 20 oktober 2002 in Turkije te verblijven heeft verweerder toestemming verleend om vier weken naar het buitenland te gaan. Verzoeker is van oordeel dat het gebruik van het leeftijdscriterium in de vakantieregeling in strijd is met het discriminatieverbod van art. 1 Gw en art. 26 Bupo. Voorzieningenrechter: In casu is niet in geschil dat verzoeker verkeert in een situatie dat hij jonger is dan 57,5 jaar en dat hij vanaf 14 juni 2002 is ontheven van de verplichtingen zoals opgenomen in art. 113.1 Abw omdat onderzoek heeft uitgewezen dat verzoeker volledig arbeidsongeschikt is. De ontheffing is verzoeker verleend voor de periode van 5 jaar. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter verkeert verzoeker voor de toepassing van de Abw thans wel in dezelfde omstandigheden als een bijstandsgerechtigde die 57,5 jaar of ouder is. Verzoeker is niet langer voorlopig ontheven van de verplichtingen zoals opgenomen in art. 113 Abw, doch blijkens het besluit van 14 juni 2002 voor een periode van 5 jaar, na afloop waarvan verzoeker ouder is dan 57,5 jaar. Verzoeker wordt verder beschouwd als volledig arbeidsongeschikt. Aldus is de situatie van verzoeker niet een andere dan die van de bijstandsgerechtigde ouder dan 57,5 jaar die definitief is vrijgesteld van inschakeling in het arbeidsproces o.g.v. de vrijstellingsregeling in Regeling vrijstelling verplichtingen Abw. Verweerders beroep op de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (JABW 1999/54 en JABW 2001/145) slaagt niet. De voorzieningenrechter overweegt daartoe dat niet is gebleken dat de betrokkenen in de door verweerder genoemde uitspraken in eenzelfde situatie verkeerden als verzoeker en dat in die zaken eveneens sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. Weliswaar is sprake van arbeidsongeschiktheid en ontheffing van de verplichtingen als bedoeld in art. 113 Abw, maar niet blijkt dat die betrokkenen definitief en onherroepelijk zijn ontheven van die verplichtingen en dat zij moeten worden beschouwd als permanent arbeidsongeschikt. Gelet op het hieraan voorafgaande is de voorzieningenrechter vooralsnog van oordeel dat verweerder bij de toepassing van het bepaalde in art. 1, onder a, van de vakantieregeling aan verzoeker thans niet kan tegenwerpen dat hij de leeftijd van 57,5 jaar nog niet heeft bereikt, nu het onderscheid naar leeftijd in het onderhavige geval niet op objectieve en redelijke gronden berust. De uitvoering van het bestreden besluit dient derhalve te worden opgeschort, met dien verstande dat verzoeker bij de toepassing van art. 9 Abw en art. 1, onder a, van de Regeling wordt behandeld als een belanghebbende die 57,5 jaar of ouder is. Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn, verweerder. mr. M.F.G.H. Beckers Abw 9.1.d, 113.1 Regeling gebruikelijke vakantieduur Abw (Stcrt. 1998/53) 1 Regeling vrijstelling verplichtingen Abw (Stcrt. 1995/83)
De uitspraak op rechtspraak.nl