Conclusie A-G van Wees 11 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1224

Conclusie AG. Veroordeling wegens rijden onder invloed, 455 microgram (art. 8 lid 2 onder a WVW 1994). Strafvervolging na oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) in strijd met het ne bis in idem-beginsel? EMA punitieve sanctie gelet op de kosten? Middel 1 klaagt over de verwerping van het verweer dat de strafzaak in strijd is met het ne bis in idem-beginsel omdat de EMA een punitief karakter heeft vanwege de kosten die daarvoor moeten worden betaald die “in betekenende mate” hoger zijn dan de werkelijke kosten. Middel 2 klaagt over de afwijzing van verzoeken om (nader) onderzoek naar de werkelijke kosten van de EMA. De verwerping van het verweer en de afwijzing van de verzoeken is niet onbegrijpelijk. Uit het wettelijk kader volgt het uitgangspunt dat de tarieven van het CBR “kostendekkend” zijn terwijl de onderbouwing van de verzoeken berusten op onjuiste veronderstellingen. Het oordeel dat de EMA geen punitieve sanctie is en strafvervolging niet in strijd is met ne bis in idem, geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk in het licht van bestendige rechtspraak (vgl. HR:2018:23 en EHRM Blokker/Nederland). Strekt tot verwerping (81.1 RO).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken