Conclusie A-G Pauwels 19 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:787
Deze gemeenschappelijke bijlage hoort bij de conclusies in de zaken met nrs. 23/03444 ECLI:NL:PHR:2024:768 , 23/03445 ECLI:NL:PHR:2024:776 en 23/03793 ECLI:NL:PHR:2024:778 (hierna ook: de onderhavige zaken). De zaken met nrs. 23/03444 en 23/03445 kennen een nagenoeg vergelijkbaar feitencomplex. In elk van de zaken is in de kern aan de orde of de belanghebbende als belastingplichtige kan worden aangemerkt voor de gebruikersbelasting, in aanmerking genomen dat de belanghebbende de onroerende zaak op de peildatum niet kon gebruiken op de door haar beoogde wijze als gevolg van de van toepassing zijnde COVID-19-maatregelen (ook wel: corona-maatregelen). Het gaat daarbij om de uitleg en de toepassing van het begrip ‘gebruik’ in art. art. 220(a) Gemeentewet.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 24 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7845
- Hof Den Haag 11 juli 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1406
- Hof Den Haag 11 juli 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1407
- Rb. Den Haag 4 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6729
- Rb. Midden-Nederland 18 april 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1870
- Rb. Rotterdam 10 maart 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:2363
- Rb. Oost-Brabant 13 januari 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:184
- Rb. Limburg 23 november 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:9313
- Rb. Den Haag 15 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14886
- Rb. Gelderland 16 februari 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:811
- HR 6 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0250
- HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU5656
- HR 8 augustus 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5748
- HR 8 augustus 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5812
- HR 8 augustus 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5825
- Conclusie A-G Niessen 8 augustus 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC5812
- HR 13 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3645
- HR 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AD6058
- HR 1 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3389
- HR 25 november 1998, ECLI:NL:HR:1998:BI6663