Conclusie A-G Aben 26 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1427
Met 22/02523, 22/02758, 22/02703, 22/02706, 22/02705, 22/02739 en 22/02608 samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/02704 P
Zitting 26 november 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de betrokkene
1 Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 7 juli 2022 het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2021 bevestigd. De rechtbank Amsterdam had het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 4.149,00 en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.
2 Er bestaat samenhang met de zaken 22/02523, 22/02758, 22/02703, 22/02706, 22/02705, 22/02739 en 22/02608. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4 Nu de betrokkene niet binnen de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5 Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Aangehaalde artikelen
Verbonden uitspraken
- HR 4 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:176
- Conclusie A-G Aben 26 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1262
- Conclusie A-G Aben 26 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1264
- Conclusie A-G Aben 26 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1263
- Conclusie A-G Aben 26 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1269
- Conclusie A-G Aben 26 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1266
- Conclusie A-G Aben 26 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1265
- Conclusie A-G Aben 26 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1267