Conclusie A-G Hofstee 10 december 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1324

Conclusie AG. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (art. 266 en art. 267 Sr). 1. Klacht over oordeel hof dat aangeefster BOA is. 2. Klacht dat uit de door aangeefster ingediende klacht niet blijkt dat zij daadwerkelijk vervolging van de verdachte wenst. 3. Voorwaardelijke klacht over bewijsminimum ex. art. 342.2 Sv. 4. Klacht dat het oordeel van hof dat aangeefster als conductrice optrad, feitelijke grondslag mist en dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat aan het klachtvereiste is voldaan. Naar het oordeel van de AG falen alle klachten. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Ambtshalve merkt de AG op, dat de Hoge Raad kan volstaan met constatering dat redelijke termijn is geschonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken