Conclusie A-G Hartlief 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1131
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Geschil tussen aansprakelijkheidsverzekeraar en slachtoffer van een verkeersongeval. In een in kracht van gewijsde gegaan vonnis tussen partijen is geoordeeld dat sprake is van beroepsongeschiktheid door het ongeval van 3,6% en dat het slachtoffer niet heeft onderbouwd dat morfinegebruik noodzakelijk is voor zijn door het ongeval opgelopen letsel. Kan na het vonnis bij het slachtoffer geconstateerde morfineafhankelijkheid nog tot een ander percentage beroepsongeschiktheid leiden of staat gezag van gewijsde van eerdere vonnis daaraan in de weg?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 12 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:579
- Conclusie A-G de Bock 23 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:201
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 oktober 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8464
- HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:683
- Rb. Gelderland 4 mei 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:2004
- Conclusie A-G Assink 10 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1253
- HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2099
- Conclusie A-G van Peursem 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:673
- Rb. Gelderland 13 november 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:6276
- HR 7 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7634
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 7 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7634
- HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8044
- HR 16 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3992
- HR 18 september 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0683
- HR 28 oktober 1988, ECLI:NL:HR:1988:AC3785
- HR 8 oktober 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4454
- HR 16 mei 1975, ECLI:NL:HR:1975:AC5581