Conclusie A-G Ettema 22 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1213
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:1223 BPM; art. 110 VWEU; art. 10 Wet BPM; herleidingsmethode; kentekenregistermethode; tijdsevenredige vermindering; teruggaaf bij uitvoer; CO2-uitstoot; berekening nieuwprijs; proceskostenvergoeding. Belanghebbende heeft aangifte bpm gedaan ter zake van de registratie van 53 personenauto’s. In de aangifte past zij een bpm-vermindering voor gebruikte voertuigen toe. Voor het berekenen van de bpm-vermindering maakt belanghebbende gebruik van de ‘herleidingsmethode’. Volgens deze methode herleidt belanghebbende eerst het herrekende bruto bpm-bedrag voor de referentieauto uit een historische koerslijst, dan wel uit een koerslijst. Vervolgens past belanghebbende de forfaitaire afschrijvingstabel toe op de herrekende bruto bpm. Belanghebbende voert aan dat deze methode aansluit bij de systematiek voor de teruggaaf van bpm in uitvoersituaties. Uit de teruggaafsystematiek valt volgens belanghebbende het bedrag aan rest-bpm af te leiden dat nog rust op soortgelijke voertuigen op het moment van uitvoer. In deze conclusie komt primair de vraag aan de orde of het gebruik van de herleidingsmethode moet worden toegestaan. Het Hof heeft in navolging van de Inspecteur en de Rechtbank het gebruik van de herleidingsmethode verworpen. Volgens het Hof behoort de herleidingsmethode niet tot de wettelijk toegestane methoden en verplicht art. 110 VWEU niet tot aanvaarding van de methode van belanghebbende. De herrekende bruto bpm is een rekenkundig herleid bedrag en vormt niet altijd de daadwerkelijk betaalde bpm, aldus het Hof. De herrekende bruto bpm kan daarom niet worden gebruikt om een schending van art. 110 VWEU aan te tonen. A-G Ettema komt tot de conclusie dat het niet mogelijk is de afschrijving te berekenen op basis van de herleidingsmethode. De herleidingsmethode sluit niet aan bij de systematiek van de Wet BPM voor het berekenen van de bpm-vermindering voor gebruikte voertuigen. De herrekende bruto bpm is een rekenkundig herleid bedrag dat is ingegeven door vereenvoudigingsoverwegingen. Dit bedrag kan niet worden gebruikt om een lagere heffing van bpm bij invoer te bepleiten. Art. 110 VWEU noopt er niet toe de methode van belanghebbende toe te staan. De vergelijking met de uitvoersituatie gaat niet op, omdat deze situatie niet valt onder de werkingssfeer van art. 110 VWEU. Verder kan een (fictief) teruggaafbedrag niet worden gebruikt ter onderbouwing van een schending van dit artikel. De andere middelen falen ook. Belanghebbende heeft geen recht op tijdsevenredige vermindering van het nageheven bpm-bedrag vanwege een latere bpm-teruggaaf. Dat bij deze teruggaaf geen rekening is gehouden met het van belanghebbende nageheven bedrag aan bpm, brengt hierin geen verandering. Voorts heeft het Hof volgens A-G Ettema terecht geoordeeld dat de koerslijst X-RAY niet kan worden gebruikt. Dit heeft tot gevolg dat belanghebbende de door haar bepleite nieuwprijzen niet aannemelijk maakt, zodat ook het tegen dat oordeel gerichte middel faalt. Tot slot komt belanghebbende geen beroep toe op berekening van de CO2-uitstoot volgens de Scandinavische rekenmethode. Uitsluitend het middel van belanghebbende over de berekening van de proceskostenvergoeding slaagt. Het Hof had bij de berekening van de vergoeding moeten uitgaan van een waarde per punt van € 759 in plaats van € 541. A-G Ettema geeft de Hoge Raad daarom in overweging het beroep in cassatie gegrond te verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752
- HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:640
- Hof 's-Hertogenbosch 14 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1427
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 mei 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:2163
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 april 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1718
- HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:561
- HR 28 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331
- HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:317
- HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:318
- HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:323
- HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:63
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2371
- HR 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7393