Conclusie A-G Aben 31 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1121

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 22/00785 P

Zitting 31 oktober 2023

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de betrokkene

1 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij uitspraak van 28 februari 2022 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 2.000,- en de betrokkene ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van € 1.800,-.

2 Er bestaat samenhang met de zaken 22/00747, 22/00810, 22/00871 en 22/00788. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4 Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv juncto artikel 511h Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5 Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken