Conclusie A-G Hofstee 6 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:784

Conclusie AG. Caribische zaak. Poging zware mishandeling, art. 1:119 jo. 2:275 SrC. De klacht betreft de oplegging en tenuitvoerlegging van de tbs met dwangverpleging in Curaçao. Sinds 2011 voorziet het Curaçaose Wetboek van Strafrecht in de mogelijkheid tot oplegging van de tbs-maatregel. In dit deel van het Koninkrijk ontbreekt echter (nog altijd) een tbs-kliniek die adequate behandel-, beveiligings- en re-integratiemogelijkheden biedt. Het middel loopt vooruit op de plaats waar de maatregel vermoedelijk ten uitvoer zal worden gelegd: de forensische observatie en behandelafdeling (FOBA) van de Curaçaose gevangenis. Het Gemeenschappelijk Hof heeft over de plaats waar de tbs in de onderhavige zaak zal worden tenuitvoerlgelegd evenwel geen beslissing genomen. Terecht volgens de AG, nu het hier primair om een taak van het Curaçaose openbaar ministerie gaat. Volgens de AG heeft het Gemeenschappelijk Hof voldoende gemotiveerd op welke gronden het tot oplegging van deze maatregel is gekomen. In de kritische kanttekeningen van het Gemeenschappelijk Hof en van de steller van het middel over de tenuitvoerleggingspraktijk in Curaçao wat betreft de tbs, vindt de AG aanleiding om in een nawoord enkele opmerkingen ten overvloede te maken, mede in het licht van relevante EHRM-rechtspraak . De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken