Conclusie A-G Ettema 20 mei 2022, ECLI:NL:PHR:2022:499

Belanghebbende heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning voor de uitvoer van een product. Het betreft een akoestische sensor voorzien van toebehoren om deze te beschermen (geluidskap) en op een voertuig te kunnen plaatsen. Op het product is geen software of firmware geïnstalleerd. De eindgebruiker van het product is een overheidsinstantie van een derde land. De Minister heeft de aanvraag voor de vergunning geweigerd. In zijn besluit heeft de Minister overwogen dat het product een militair goed is, dat in het derde land in verschillende deelstaten interne conflicten spelen en dat niet valt uit te sluiten dat het product zal bijdragen aan een verslechtering van interne conflicten of het grensconflict tussen het derde land en een buurland. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de Minister de kwalificatie als militair goed onvoldoende heeft gemotiveerd. Het Hof heeft geoordeeld dat het de beslissing van de Minister om het goed aan te merken als militair goed marginaal dient te toetsen. Naar het oordeel van het Hof heeft de Minister zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het complete systeem, dus de hardware en de software tezamen, dient te worden beoordeeld. Daarbij acht het Hof van belang dat de hardware onbruikbaar is zonder de software. Het Hof heeft vastgesteld dat het product kan worden gebruikt met software die speciaal is doorontwikkeld voor militair gebruik. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat ook als de software buiten beschouwing wordt gelaten, de hardware zodanig is doorontwikkeld dat deze kwalificeert als militair goed. De Minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de uitvoer van het product is onderworpen aan een vergunningplicht, aldus het Hof. Tot slot heeft het Hof geoordeeld dat de Minister in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen dat de gevraagde vergunning dient te worden geweigerd. Daarbij heeft het Hof belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat het naar zijn oordeel in de door belanghebbende genoemde gevallen ging om andere goederen en afnemers. A-G Ettema gaat ambtshalve na of het juist is dat deze zaak door de douanekamers is behandeld. Gelet op de Algemene Douanewet en de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak is dit het geval. Omdat het eerste middel betoogt dat het product geen militair goed is, onderzoekt de A-G of belanghebbende belang heeft bij dit middel. Aangezien belanghebbende in wezen geen alternatief heeft, meent de A-G dat de vraag bevestigend moet worden beantwoord. Aangezien belanghebbende een aanvraag heeft ingediend voor een vergunning van uitsluitend de hardware van het product, meent de A-G dat bij de beoordeling van het product de software of firmware niet in aanmerking moet worden genomen. Bij de beoordeling of het product een militair goed is, heeft het Hof naar de mening van de A-G ten onrechte een marginale toets aangelegd. Daarnaast is ’s Hofs oordeel dat belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel moet worden verworpen onbegrijpelijk. De A-G concludeert daarom dat de zaak moet worden verwezen naar het Hof.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken